De recente aanvallen op de academische vrijheid door Donald Trump hebben iets in gang gezet: onderzoekers kiezen steeds vaker voor Europa als veilige haven, universiteiten pleiten voor meer Europese onderzoeksbeurzen en ook collega-politici spreken zich eindelijk uit over hoe Europa aantrekkelijker kan worden voor internationaal talent.
Een zorgwekkende aanleiding, maar ook een reële kans. Ik zie dit moment als een kans om het migratiedebat opnieuw vorm te geven: gebaseerd op feiten, demografie en pragmatische oplossingen.
Laten we naar de cijfers kijken, want die zijn duidelijk: tegen 2050 zal Europa elk jaar meer dan 1 miljoen werknemers verliezen. In sectoren zoals de zorg, techniek en het onderwijs zijn tekorten nu al structureel. Als we de groene en digitale transitie willen realiseren, hebben we nieuw talent nodig – op alle opleidingsniveaus.
Wat kunnen we doen? Onze huidige beroepsbevolking bijscholen en omscholen, diploma’s beter erkennen, barrières wegnemen voor vrouwen om de arbeidsmarkt te betreden en internationaal talent aantrekken. Dat laatste blijft echter een uitdaging.
De Verenigde Staten en Canada zijn nog altijd veel populairdere bestemmingen. De reden daarvoor ligt in onze gefragmenteerde migratiepolitiek: honderden visumtypes, uiteenlopende nationale procedures en beperkte mobiliteit binnen de EU. De uitzondering? De EU Blue Card, een visum voor hoogopgeleid talent dat geldig is in 25 EU-landen. Helaas is deze Blue Card nog te weinig bekend.
Twee weken geleden zette het Europees Parlement een belangrijke eerste stap: de EU Talent Pool, een soort job-Tinder voor internationaal talent, werd aangenomen.
Ik ben trots dat ik aan dit instrument heb meegewerkt, maar nu is het tijd voor de volgende stappen. Dit is wat ik graag zou zien:
- Harmonisatie en vereenvoudiging van visumprocedures
- Meer onderzoeksbeurzen
- Visa voor pas afgestudeerden en start-ups, en andere nieuwe toegangsroutes voor talent
- Een “Make it in Europe”-campagne
Heb jij ideeën of ervaringen om te delen? Ik hoor ze graag!